Platenfirma's eisen medewerking ISP
DMCA versus privacywetgeving
10 februari 2003 | Jamie Biesemans
De Amerikaanse muziekindustrie wil ten alle koste de identiteit van een KaZaA-gebruiker te weten komen. De rechtszaak daarover, ondertussen al in z'n achtste maand, viseert niet de gebruiker zelf, maar wel zijn internetaanbieder, Verizon. De ISP weigert de informatie prijs te geven en riskeert daardoor een veroordeling onder de controversiële Digital Millennium Copyright Act (DMCA)-wet.
Het proces kan rekenen op de aandacht van heel de internetindustrie. Als de rechter beslist dat Verizon de identiteit van de surfer moet prijsgeven, gaan Amerikaanse ISP's in de toekomst immers sneller moeten ingaan op verzoeken van platenfirma's. Tot op heden bleven internetaanbieders buiten schot, en werden vooral aanbieders van illegale muziek geviseerd. Maar omdat ruilnetwerken als Gnutella en KaZaA het moeilijk maken om de identiteit van een overtreder rechtstreeks vast te stellen, hangt de RIAA sinds kort bij de ISP's aan de deurbel. Met de gegevens van een internetaanbieder is het wel mogelijk om te weten wie wat downloadt of aanbiedt.
ISP's zijn hier niet mee opgezet. Zij vrezen dat zij weldra gegevens over duizenden mensen gaan moeten doorspelen aan de muziekindustrie, wat voor hun hogere kosten inhoudt. Verizon trekt daarom de kaart van de online privacy: de privacywetgeving zou niet toelaten dat persoonlijke gegevens zonder een rechterlijk bevel vrijgeven worden. Deze mening wordt bijgetreden door privacygroeperingen, zoals de Electronic Frontier Foundation (EFF).
De muziekindustrie van zijn kant beroept zich op de DMCA, een zwaar bekritiseerde copyrightwet die regelmatig door de RIAA en anderen wordt ingeschakeld om piraten aan te pakken. Het gebruik van deze wet is controversieel, omdat er veel discussie bestaat over de interpretatie. Zo vindt de muziekindustrie dat de DMCA ISP's verplicht om mee te werken aan onderzoeken naar abonnees, terwijl Verizon overtuigd is dat de wet enkel toepasbaar is op de pc's van het bedrijf zelf. De inhoud van de harde schijf van een internetgebruiker is die persoon z'n eigen verantwoordelijkheid, klinkt het.
In wat een verrassing was voor Verizon besloot een rechter op 22 januari dat de identiteit van de geviseerde KaZaA-gebruiker onthuld moet worden. Terwijl er wordt gewacht op een hoger beroep vecht de ISP deze verplichting aan. Maar daarbij krijgt Verizon heel wat tegenwind van de muziekindustrie. Het gaat niet om privacy, zegt Matthew Oppenheim van de RIAA: "P2p-gebruikers zitten op publieke netwerken waarop ze honderden muziekstukken beschikbaar stellen aan miljoenen andere gebruikers. Ze doen helemaal niets privaat en hebben niet het recht om anoniem een misdaad te plegen."
Verizon gaat daar niet mee akkoord. "De RIAA probeert gewoon de aandacht af te leiden van het feit dat ze ongelimiteerd toegang willen tot privé-communicatie", meent Sarah Deutsch, de advocaat van de ISP. Als bewijs hiervoor verwijst Deutsch naar de afwijzing van een compromisvoorstel. Hierin was Verizon bereid om juridische dreigbrieven van de RIAA op eigen kosten naar de juiste intergebruiker te sturen. Zo zouden ze de identiteit niet aan de muziekindustrie moeten prijsgeven, maar tegelijkertijd zou de surfer toch op z'n vingers getikt worden.
Met een bijdrage van Declan McCullagh, CNet
Lees meer artikels over :
riaa, muziekindustrie, kazaa
bron: ZDNet